1994 Frankrijk: Les Eyzies de Tayac

 
Dinsdag 9 augustus

We slapen vanmorgen lekker uit, nu ja wat heet uitslapen. De zon schijnt fel op de lichtdoorlatende tenten en heeft geen medelijden en mededogen met uitslapers. Bovendien zijn we ondertussen gewend geraakt aan het op tijd het bed uitkomen, dat het ons ook vandaag lukt om voor 08.00 uur de slaapzak te verlaten. De zon schijnt nu reeds fel. Een prachtig panorama ontluikt zich voor onze ogen. Ik waag er een foto aan, hoewel ik nu reeds kan bedenken dat er weinig op de afdruk te zien zal zijn.
Het ontbijt wordt tegen de klok van negen door Marlène langs gebracht, we mogen het zelf van beleg voorzien. De croissants gaan er zonder meer in en ook de baguette wordt meestal zonder beleg naar binnen gewerkt. Het is nog geen 10.00 uur als de kinderen al in het zwembad liggen. Goed voorbeeld doet goed volgen en even later zijn er velen van de camping in het zwembad aanwezig.
Lucia en ik lezen verder in onze boeken en bedenken wat we deze middag zullen gaan doen. De kinderen zullen wel in het zwembad blijven. Wij twijfelen ernstig of we wel weg zullen gaan, tenslotte gaat de heenreis soepel, terug moeten we die vermaledijde helling van ruim twee kilometer weer nemen!

Uiteindelijk gaan we ‘s middags naar Les Eyzies, een ritje van een half uur. We nemen de afdaling aan de andere kant van de berg, erg steil en met nat weer ook best gevaarlijk. Continu in de remmen knijpen en goed oppassen met sturen. Onderaan de berg de grote weg naar Les Eyzies. Wederom een drukte van belang, doch in het dorpje is het vrij rustig. Er is vandaag geen markt, de winkeltjes zijn wel geopend. Vooral de souvenirwinkeltjes doen kennelijk goede zaken, evenals de vele bezienswaardigheden. Deze laatste zijn voornamelijk te vinden in de sfeer van de grotten en prehistorische vondsten. Tenslotte staat het dorpje erom bekend dat de prehistorie Cro-Magnon mens zijn naam ontleend aan de vindplaats ervan, de Abri de Cro-Magnon.

De warmte is drukkend en de dorst slaat toe. Het dorp is klein en in een oogwenk hebben we het wel gezien. We zoeken een terrasje op en tot onze verrassing blijken ook Robert en Ellen zich hier te bevinden. Van een colaatje genietend praten we over de bevindingen in dit dorp. Wij hebben echter niet zo’n zin in het bezoeken van grotten en dergelijke, zodat we na een klein uurtje reeds weer op de terugweg zijn. Opnieuw de zeven kilometer lange drukke provinciale weg, voordat we aan de klim gaan beginnen. En voor de tweede keer moet Lucia zich gewonnen geven, hoewel ik moet bekennen vandaag ook de grootste moeite te hebben. Ik blijf echter solidair en tezamen gaan we lopend naar boven.

De kinderen bevinden zich nog altijd in en rond het zwembad en zo ondertussen hebben de andere achtergeblevenen het zwembad ook weten te vinden. In een gereedstaande ligstoel drink ik een paar biertjes en geniet van de zon en het kijken naar de vele baders. Uiteindelijk duik ook ik het lauwe water in, het verzorgt de nodige afkoeling. Voor vanavond hebben we onderling afgesproken te gaan barbecueën. Het vlees, de wijn en groenten hebben Robert en Marlène vanmiddag gehaald. Gelukkig hebben ze ook een kratje bier meegenomen, drinkt makkelijker weg dan wijn! Marlène verzoekt mij de barbecue aan te steken en vanavond opnieuw als kok te fungeren. Ik stem toe, hoewel ik het eerst niet van plan ben geweest. Je staat toch een beetje buiten het groepsgebeuren, maar aan de andere kant is het ook wel weer prettig. Een biertje in de ene hand, een vleesvork in de andere, zwetend in het bijtende rookgordijn van de vetspetters die op de hete kolen uiteenspatten. Jan verzorgt de drank en Robert lost mij zo af en toe even af.

De barbecue doet het uitstekend, aangemaakt met ‘aanmaakblokjes’, de braadworstjes en sjasliks zijn in enkele minuten gaar. Het bier weet vanzelf de weg te vinden naar de spelonken van het grote lichaam. Ik vermaak me best, terwijl de anderen in de kring de grootste schik hebben met elkaar. Een heel gezellige afsluitende avond op deze manier. Tegen de tijd dat het donker gaat worden, steekt er een windje op en komen er dreigende wolken aan het firmament. Ik heb het idee dat het gaat onweren. Het eten is op, de afwas wordt gedaan en juist als een ieder denkt aan een afzakkertje breekt het onweer los. Allen rennen we naar de kantine van de camping om daar te schuilen. Marlène vindt dat toch een stukje veiliger dan in een wankel tentje bovenop een berg liggen wachten tot het onweer is overgetrokken.

Aangezien Gemma in de loop van de avond een zomergriepje heeft opgelopen, ze voelt zich beroerd en heeft zichtbaar koorts, blijf ik bij haar in de tent. En dat het ook hier kan onweren hebben we samen gemerkt. Gelukkig ben ik enigszins beneveld door het vele bier en vlees van vanavond, zodat ik half wakker, half slapend het onweer aan mij voorbij laat trekken. Een half uurtje later is het zover en komen de anderen hun slaapzakken opzoeken. Tien minuten later is de rust volledig in het kamp.

 

Startknop-groen[1]

Terug naar Start vakantie