1994 Frankrijk: Eymet – St. Emilion

 
Woensdag 3 augustus

Om 07.00 uur komen we onze slaapzakken uit. We kunnen direct aanvangen met het liedje “Lang zal-ie leven in de gloria”. Onze Bas is vandaag jarig. Zoals in vrijwel elke vakantie heeft hij ook dit keer weer de mazzel om jarig te zijn. Bas wordt vandaag zeventien.

We zijn echter niet zo vroeg op omdat Bas jarig is, nee, we moeten uitgerekend vandaag de langste tocht van de vakantie maken. In de folder staat vermeld dat de afstand wel zeventig kilometer bedraagt. En aangezien het doorgaans tegen de middag ontzettend heet kan worden, hebben we gisteren afgesproken om vanmorgen vroeg weg te rijden. Zodoende kunnen we al een aardig eind op weg zijn als de zon echt gaat prikken.
Het is even na achten als we op de fiets stappen. We zijn overigens niet de enigen die zo vroeg weg gaan vandaag. De anderen denken er kennelijk net zo over als wij, zodat het opbreken van de tenten en het inpakken van de bagage opnieuw gezamenlijk geschiedt. Het is best wel gezellig zo.

Vanaf de camping rijden we naar het centrum van Eymet, steken het plein over, alsook de rivier Dropt. Linksaf slaan richting La Sauvetat (D25). In La Sauvetat richting St Foy nemen (D13). Na vijfhonderd meter linksaf slaan richting Pardaillan (C2), een weg door de bossen. Het eerste stuk is erg vlak, een uitstekend begin zullen we maar zeg-gen. Daarbij is het voor wat betreft het weer nog heel koel, ongeveer 23°C. De zon bevindt zich achter een sluierdek van nevels en heeft slechts af en toe de neiging zich te vertonen. Maar zodra we afslaan richting Pardaillan verandert het tafereel. Enerzijds is het gedaan met de vlakke weg, anderzijds lijkt ook direct de zon te weten dat we het wat zwaarder gaan krijgen. Haar aandeel zal zij daarbij wel leveren vandaag! Het is toch wel heuvelachtig op dit weggetje. Bergje op en bergje af, de meisjes gaan op een ervan even lopen. Verder gaat het wel goed.

Vlak voor Pardaillan rechtsaf slaan richting Duras. De weg over het plateau gaat door het gehucht St. Front. Eén kilometer voor Duras op de D708 linksaf slaan. We rijden zo het dorpscentrum binnen en hebben eerder met Marlène afgesproken dat we hier zullen stoppen voor een kopje koffie. En na zo’n anderhalf uur peddelen zijn we er ook wel aan toe ook. Het is ondertussen heerlijk warm geworden, voor op een terrasje is het uiterst aangenaam. We nemen nog een tweede versnapering en onderwijl komen ook, zoals we wel gewend zijn, de anderen op hetzelfde terrasje af. Successievelijk verlaten we het dorpje weer.
In Duras langs het centrum van de plaats af richting Marmande (D708) rijden; na één kilometer rechtsaf slaan richting Pellegrue (D237). De D311 oversteken en richting Pellegrue vervolgen.

In Pellegrue op de hoofdweg linksaf slaan; direct daarna na honderd meter rechtsaf slaan richting Castillon. De weg gaat eerst geleidelijk omhoog (je mag wel zeggen een steile klim!) maar daarna regelmatig omlaag. Als we boven op de heuvel zijn stoppen we even om bij te komen. Een appeltje gaat er goed in en de watertankjes op de fietsen worden voorzien van fris water. Onze monden lusten wel een slokje en ook daarin verdwijnt meer dan een fles Evian. Het busje met Marlène en ook Marco rijdt ons voorbij. Marco zal toch nog last hebben van de omgekeerde maag van twee dagen terug.
We stappen op de fiets en komen langzaam weer op gang. We gaan naar beneden, het klimmen zit er voor even op. Op sommige stukken zelfs heel steil omlaag. We halen snelheden van boven de vijftig kilometer en het voelt zelfs een beetje fris aan. Als we dan (eindelijk?) beneden zijn blijft het een heel stuk erg vlak. Eigenlijk een beetje saai stuk, wel lekker maar we missen wat. Vlak voor Castillon op de hoofdweg (D17) rechtsaf slaan. De Dordogne oversteken, over het pleintje rijden en daarna linksaf gaan richting St. Emilion (D936). Als we Castillon binnenrijden zien we op de trappen van de kerk Marlène en Marco, tezamen met Ellen en Robert. We sluiten aan. Het blijkt heerlijk koel op de trappen, in de schaduw op de koude stenen. Hier rusten we een poosje uit en gaan ruim drie kwartier later verder. We hoeven niet zo heel ver meer.

Na tweehonderd meter bij de verkeerslichten rechtsaf slaan richting Coutras (D17). De spoorlijn oversteken en daarna linksaf slaan richting St. Emilion (D130). Onderweg rijden we het dorpje St. Etiënne de Lisse in.
We stoppen bij het bord en Robert maakt even een foto van ons in het Franse Lisse. Altijd leuk dit soort verrassingen. We rijden nu midden tussen de wijngaarden, overal waar je kijkt bevinden zich wijnranken met onderaan de trossen druiven. Nog aan de groene kant, maar het duurt nog een maand of twee voordat ze rijp zijn. We fietsen St. Emilion binnen. Ellen en Robert zitten op een bankje en wij rijden verder. Het is nu snikheet op de fiets; zelfs ik heb een petje op het hoofd gezet tegen de warmte en een eventuele zonnesteek.
In St. Emilion gaan we rechtsaf met de weg mee en even later links. Opeens slaat de schrik in de benen. Een echte puist doemt voor ons op. Gemma en Bas rijden voorop en Bas duwt Gemma tegen de heuvel op. Ik red het in een kleine versnelling en Lucia komt op het kleinste verzet boven. We zijn drijfnat van het zweet. Dit soort inspanningen moet je toch niet te vaak hebben. Op het verkeersplein gaan we rechtdoor en drie kilometer verder is rechts de camping. Het is ondertussen 14.30 uur.

Het is nu echt heet en we zijn bijzonder moe. De camping heeft vrijwel geen bomen waar wij onder kunnen staan, slechts een paar nieuwe jonge twijgjes bieden enige schaduw. Marlène en Marco doen zich in de schaduw van de auto reeds tegoed aan een koud ijsje. De kinderen halen er ook een, terwijl Lucia en ik eerst de tenten gaan opzetten. Dan hebben we dat maar gehad! Wanneer de bagage in de tenten staat nemen we een heerlijk koud biertje (of twee, drie, vier….). Langzaamaan is de zon op haar heetst en brandt zelfs in de schaduw. We doen de zwemkleding aan en verdwijnen onder water in het kleine, doch zeer aantrekkelijke zwembad. De anderen komen nu ook om beurten binnen en vinden het zwembad een prima idee.

Uit het zwembad komend loop ik langs de fietsen en bemerk dat mijn voorband leeg staat. Enfin, eerst maar even naar kijken. Even later blijkt de band niet lek te zijn, doch slechts leeg gelopen onder druk van de hete zon. We gaan vanavond naar het dorp, tenslotte is Bas jarig en we gaan uitgebreid eten. Vanmiddag hebben we al een restaurant gezien, zodat we tegen half acht aan tafel zitten. We blijken de enige gasten te zijn vandaag, dat zal de gehele avond zo blijven. Het eten is heerlijk en het vijfgangen menu wordt voltooid met een kopje koffie. Om tegen half elf zijn we weer terug op de camping. Het is nog steeds bijzonder warm (28°C). Het is nagenoeg donker en we zijn best moe. Ook de anderen liggen vroeg te bed ditmaal.

Opmerkingen:

Afstand: circa 70 kilometer, lange route met veel vlakke en een klein aantal licht stijgende trajecten.

Bezienswaardigheden:

In Duras is een mooi kasteel, geopend voor het publiek (FFRS 30)
St. Emilion is een fraai middeleeuws aandoend plaatsje en een van de centra van de Bordeaux wijncultuur.
Bordeaux is per trein bereikbaar vanuit Libourne.

Camping:

Camping La Barbanne

 

Startknop-groen[1]

Terug naar Start vakantie